Van schoffelen in de defensie en boos weglopen na een ruzie bij een uitwedstrijd in Dieren tot trimmen op zaterdagochtend en daarna snel op het fietsje naar het sportpark. Want daar staan zijn kleinkinderen te trappelen om met de allerjongste jeugd van csv Apeldoorn een balletje te trappen "Niks is mooier.”
Wie de familie Mojet zegt, zegt csv Apeldoorn. Van Huib (67), via zijn drie zoons Siebren (40), Jorrit (38) en Friso (35) tot aan de voetballende kleinkinderen Siep (5), Noah (4) en Juna (5).
Het rood-gele bloed vloeit door hun aderen. Al sinds 1972, als Huib zich inschrijft bij csv Apeldoorn. De bijna vijf jaar daarvoor, Huib en zijn ouders woonden toen in Deventer, voetbalde hij bij de CJV’ers, een christelijke voetbalvereniging in die stad. "Ik wilde voetballen, maar dat moest op zaterdag zijn. Zondag was uit den boze”, vertelt Huib. Dus werd het csv Apeldoorn en eigenlijk heeft de rasvoetballer daar nooit spijt van gehad.
Hij doorliep diverse jeugd selectieteams, maar geeft toe niet bij de meest begenadigde voetballers te hebben gehoord. "Ik was een schoffelaar, tegenstanders gingen met een grote boog om me heen. Bal veroveren en dan bij de betere voetballers inleveren. Zo ging het.”
Maar door te trainen en te spelen met betere spelers word je zelf ook beter, merkte Huib, die bij de senioren lange tijd in het derde elftal speelde. ,,Totdat Tiemen Hoekman als voorstopper van het tweede geblesseerd raakte en ik mocht invallen. Zo heb ik nog lange tijd in het tweede elftal gespeeld en zelfs nog mogen invallen in het eerste”, zegt hij met gepaste trots. Een stuk of tien keer, weet hij. "En nog nooit verloren, haha.”
De warmste herinneringen zijn toch wel aan de najaren van zijn voetbalcarrière, toen hij met zoveel bekende csv Apeldoorners het zeventiende vormde. "Moesten we helemaal onderaan beginnen, maar wel met allemaal goede voetballers. De eerste drie jaar werden we kampioen en promoveerden we steeds. Ik hield in die tijd alle statistieken bij, knipte de standen uit de krant.”
En nu? Nu is het de tijd voor het genieten van zijn kleinkinderen. Drie zoons. Siebren, Jorrit en Friso die alle drie in de rood-gele kleuren speelden en dat csv-virus doorgeven aan hun kroost. Huib vindt het geweldig: "Als ik die twee jongens van Siebren zie en Juna van Jorrit, bij de allerjongste jeugd, dan geniet ik daar enorm van. Dan ga ik eerst even trimmen in het bos en daarna op de fiets naar het sportpark om te kijken.”
Zijn eigen carrière zit er dan misschien op, het hardlopen kreeg de voorkeur. "Maar ik ben hier nog veel. Vaak op woensdagavond nog even voetbal kijken in de kantine en een biertje met mijn oude maten. Dat is toch geweldig? Deze club voelt altijd als een warm bad.”
En dat kan zoon Jorrit alleen maar bevestigen. Ook bij hem voeren de rood-gele kleuren de boventoon. "Ik kom al sinds ik vijf jaar ben op deze sportvelden. Zelf voetballen en ook altijd met mijn vader mee als het kon”, kijkt hij terug. Of naar het eerste kijken met pa. Dan kregen we een paar gulden voor wat snoep en drinken en waren we de hele dag aan het voetballen. Het leverde hem vriendschappen op en het familiegevoel. "Als ik terugkijk op die eerste jaren dan zie ik veel dezelfde mensen voorbij komen. Jannie en Nel achter de bar. Sommigen zijn er nog steeds. Dat waren mooie tijden.”
En die tijden zijn nog steeds mooi, want hoewel de jaren gaan tellen trekt Jorrit nog steeds de voetbalschoenen aan. Met zijn broers Friso en Siebren voetbalt hij in het tweede elftal. "Hoe mooi is dat, met je broers mogen voetballen. Uniek is het niet in ons team, want de Poolmannetjes zijn ook met zijn drieën.”
Het is nog heerlijk om samen te zijn, wil hij maar zeggen. "Het is een onderdeel van ons leven en zal dat blijven. Zeker nu de zoons van Siebren en mijn dochter ook hier voetballen. Nu zijn zij aan de beurt. Ik vind het geweldig. Ze willen graag naar het sportpark. Om te voetballen en rond te struinen. Een zakje snoep en wat drinken, dat brengt mooie herinneringen boven.”
Tekst: Walter van Zoeren
Foto's: wozopro.nl | Wout van Zoeren